Ik had het gevoel dat het samenwerken met mijn AI-assistent steeds soepeler ging. Minder terugsturen, minder verbeteren, vaker in één keer goed. Maar een gevoel is geen bewijs. Dus heb ik het gemeten.

De vraag was simpel: hoe vaak moet ik ingrijpen per taak, en wordt dat minder over tijd? Ik doorzocht vier maanden aan gesprekken, maart tot en met juni 2026. Niet langer, en dat heeft een reden: pas sinds maart beheer ik mijn taken echt in het gesprek met de assistent. Alles daarvoor valt buiten deze meetlat. Dit zegt dus iets over vier maanden, niet over twee jaar.

Per maand pakte ik een steekproef van gesprekken en liet elke keer dat ik bijstuurde tellen: een fout corrigeren, een opdracht herformuleren, of het ergens inhoudelijk oneens zijn. Wat niet meetelde als bijsturing: de volgende opdracht geven, een vraag beantwoorden, of gewoon goedkeuren.

Drie signalen, dezelfde kant op

  • Hoe vaak ik moest bijsturen per bericht halveerde ruim. In maart was dat ongeveer één keer per elf berichten, in juni één keer per dertig.
  • Taken die in één keer goed gingen, zonder enige bijsturing, stegen van 45 naar 80 procent. Van bijna de helft naar vier op de vijf.
  • Het soort bijsturing veranderde. Het echt oneens zijn, de inhoudelijke tegenspraak, stortte in. En de keren dat de assistent een eigen afspraak vergat, zakten naar nul.
Taken die in één keer goed gingen, zonder bijsturing 0% 25% 50% 75% 100% 45% mrt 45% apr 60% mei 80% jun Steekproef, maart tot en met juni 2026. Een van drie signalen die dezelfde kant op wijzen.

Dat laatste is de kern. De maanden ervoor had ik veel tijd gestoken in vaste regels en controles: afspraken die de assistent aan zichzelf oplegt, en die hem tegenhouden voordat een fout naar buiten komt. Juni is de eerste maand ná die investering. En juist daar zie je het effect het sterkst. Strenger vooraf, minder bijsturen achteraf.

De assistent bouwde ik zelf op, van de grond af. Hoe dat ging staat in hoe ik mijn AI-assistent bouwde.

Waarom ik hier voorzichtig mee ben

Ik wil dit niet mooier maken dan het is.

  • Het venster is vier maanden. Te kort om iets te zeggen over de lange termijn.
  • Het is een steekproef, ongeveer een vijfde van alle gesprekken. En één beoordelaar bepaalde wat als bijsturing telt, daar zit altijd een oordeel in.
  • Ik heb niet volledig kunnen corrigeren voor hoe moeilijk een taak was. Juni kan deels simpelere taken bevatten.

De reden dat ik de conclusie tóch durf te trekken: drie losse signalen wijzen dezelfde kant op. Eén cijfer kan toeval zijn, drie die samenvallen een stuk minder.

Wat ik eruit haal: het loont om vooraf streng te zijn. Niet door de assistent slimmer te maken, maar door hem strakke afspraken te geven en die hard te bewaken. Het werk zit aan de voorkant. De winst zie je aan de achterkant, in wat je níet meer hoeft te doen.