"Hoe weet je dat het klopt?" Dat is de vraag die ik het vaakst krijg over mijn AI-systemen. Niet hoe het kan dat rapporten zichzelf schrijven, mijn site zichzelf publiceert en een assistent honderden taken beheert - maar of ik dat allemaal wel kan vertrouwen.

Terechte vraag. Een systeem dat vanzelf draait is niet knap, het is een gok - tenzij je er controle omheen bouwt. Alles wat ik bouw moet ik kunnen uitleggen - aan mezelf, en aan iemand die er niets van hoeft te weten. Dit zijn de vijf regels die daar overal onder liggen.

1. Meten in plaats van geloven

Ik hád het gevoel dat samenwerken met mijn assistent steeds soepeler ging. Maar een gevoel is geen bewijs, dus heb ik het gemeten: over vier maanden halveerde hoe vaak ik moest bijsturen. Sindsdien is dit de standaard. Als ik iets over mijn systemen beweer, wil ik er een telling onder kunnen leggen.

2. De bron wint van het geheugen

Geheugen liegt, de administratie niet. Voordat mijn assistent iets beweert, haalt hij eerst de actuele stand op - en zegt hij erbij waar het vandaan komt, zodat ik het kan nakijken. En misschien wel de belangrijkste afspraak: "dat staat er niet" is een geldig antwoord. Een AI die een gat in zijn kennis opvult met iets aannemelijks is gevaarlijker dan een AI die nee zegt. Zo werkt mijn tweede brein.

3. AI mag schatten, rekenen doet de rekenmachine

Ik kan alleen controleren wat elke keer hetzelfde antwoord geeft. Daarom mag AI bij mij formuleren en schatten, maar nooit rekenen. In de rapporten die mijn systemen dagelijks schrijven komt elk getal uit een telling van een gewoon script; AI schrijft er alleen de zinnen omheen. Vraag je een AI zelf om te tellen, dan krijg je vandaag een ander antwoord dan morgen - en wat elke keer anders antwoordt, kun je niet narekenen. Wijkt er een getal af, dan weet ik precies waar ik moet zoeken: in de telling, niet in de tekst.

4. Poorten die hard stoppen

De beste controle is er een die niet op discipline leunt. Elke nieuwe tekst op deze site gaat door een automatische taalpoort die hem tegenhoudt bij onbegrijpelijke vaktaal. De bouw van de site stopt zichzelf als er onderweg iets verdwijnt: een halflege pagina gaat nooit stilletjes live. En de server accepteert alleen bestanden die op een vaste lijst staan. Alles faalt veilig. Gaat er iets mis, dan gebeurt er niets, in plaats van iets verkeerds.

Bekijk hoe die machine in elkaar zit →

5. De laatste knop is van mij

Hoeveel er ook vanzelf gaat: publiceren doet het systeem nooit alleen. Een pagina gaat pas live nadat ik de echte pagina heb gelezen, zoals een bezoeker hem ziet. Een post gaat pas de deur uit na mijn akkoord. Die menselijke poort is geen wantrouwen tegen de techniek. Het is de reden dat ik de techniek kan vertrouwen.

En als het misgaat

Het gaat ook mis. Een berg gespreksgeschiedenis die de import liet vastlopen, een AI die te enthousiast velden overschreef die ik net had ingevuld, een zangstem die drie oplossingen lang bleef haperen. Dat schrijf ik op, op de projectpagina's zelf, onder kopjes als "wat er brak" en "eerlijke keerzijde". Niet omdat het charmant staat, maar omdat een systeem waarvan je alleen de successen kent, per definitie oncontroleerbaar is.

De overheid vraagt dit inmiddels ook formeel: er is sinds dit jaar een leidraad voor verantwoord AI-gebruik, en vanaf augustus 2026 moeten organisaties kunnen uitleggen welke AI ze gebruiken en hoe ze die in de hand houden. De kern daarvan - AI ondersteunt, de mens beslist, en je data blijft in eigen huis - is precies wat hierboven staat. Ik doe het niet vanwege een wet. Ik doe het omdat ik anders zelf niet op mijn systemen zou durven vertrouwen.

De voorbeelden komen uit mijn eigen systemen: het meet-artikel, het tweede brein en het levende portfolio. Daar staan ook de keerzijdes.